Introductie

Scholen hebben een zorgplicht voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. De meeste kinderen hebben voldoende aan basisondersteuning. Wanneer dit niet volstaat, kunnen scholen extra ondersteuning bieden, of is er speciaal onderwijs. De leerkrachten hebben hierin een belangrijke rol: zij signaleren een eventuele behoefte aan ondersteuning en bespreken de mogelijkheden met de ouders. Het Samenwerkingsverband (SVW) PO 30.06 kiest ervoor om de processen rond die ondersteuning zo sober mogelijk te organiseren. De middelen en de personele inzet besteedt het SVW zo dicht mogelijk bij het primaire proces: op de scholen.

De aanpak van het SVW PO 30.06 is daarom als volgt:

De leerling is het uitgangspunt. Leerlingen blijven indien mogelijk ik het reguliere onderwijs en het streven is dat de verwijzingen naar het speciaal (basis)onderwijs op of onder het landelijk gemiddelde liggen.

Het inrichten van de basisondersteuning is een verantwoordelijkheid van de besturen van de scholen, volgens de criteria die door het samenwerkingsverband zijn opgesteld. De basiskwaliteit voldoet minimaal aan de eisen van de Inspectie van het onderwijs. Alle scholen kennen deze kwaliteitseisen. Het samenwerkingsverband is, met de scholen samen, verantwoordelijk voor de samenhang van het onderwijs en de (jeugd)zorg. Belangrijk hierbij is dat we uitgaan van wederzijds vertrouwen in elkaars expertise op gebied van onderwijs en ondersteuning.